Ankeiler: Al zeven jaar trekt de tentoonstelling ‘Waarom schrijf je me niet - Post uit de Vergetelheid’ door het land, met onder meer brieven en kaarten uit de holocaustperiode.

- Al zeven jaar trekt de tentoonstelling ‘Waarom schrijf je me niet - Post uit de Vergetelheid’ door het land, met onder meer brieven en kaarten uit de holocaustperiode. Deze week is die voor het laatst te zien, in het provinciehuis in Arnhem. Daar werd een bijzondere brief geschonken aan het nieuw op te richten Nationaal Holocaust Museum. Geschreven door de bekende Sobibor-overlevende Jules Schelvis.

Museumdirecteur Emile Schrijver is blij met dit speciale exemplaar. Jules Schelvis overleefde zeven concentratie- en vernietigingskampen. Deze 'brief in verdekte taal' schreef hij nadat hij in Sobibor was geweest. "Je ziet dat hij de familie iets probeert mee te geven van: wij zijn er nog. Aan de andere kant kon je eigenlijk niks zeggen. Anders zou die brief de censuur niet doorkomen", legt Schrijver uit.

'Propaganda zelfde gebleven'

Je ziet aan dit soort brieven hoe moeizaam de communicatie in oorlogstijd gaat, ervaart Mirjam Huffener die het initiatief nam voor de tentoonstelling. "Hoe propaganda werkt. Een situatie die nu ook in Oekraïne aan de gang is. In feite is die hetzelfde gebleven. Nu gaat het alleen niet met brieven, maar met internetverkeer. Je kunt met fake news zoveel mensen het verkeerde pad op sturen. Hier zie je hoe dat werkt en hoe je dat misschien zou kunnen doorzien."

Nadat Schelvis al de meest vreselijke verschrikkingen had overleefd, ziet hij in een Poolse getto een brievenbus, weet Huffener. "Hij stuurt zijn brief naar familie waarvan de vrouw niet-Joods is. Zodat die niet zou worden opgepakt. Hij gebruikt de Poolse achternaam van zijn vrouw en doet alsof hij een Poolse arbeider is. Hij probeert te vertellen dat hij zijn familie is kwijtgeraakt, maar tegelijk ook de censuur te omzeilen." Dat lukt dusdanig dat het idee ontstaat dat het 'wel goed met hem gaat'. "Dat is dan wel weer heel jammer. De echte boodschap kwam dus niet over. Behalve dan dat mensen blij waren dat hij nog leefde."

'Ook een liefdesverhaal'

Ook zijn de briefwisselingen tussen de Duitse vluchteling van Joodse afkomst Wolfgang Maas en Thea Windmuller uit Winterswijk te zien. Verzameld door nabestaande Mirjam Schwarz, die er ook een boek van maakte. Thea was haar tante. Tien jaar geleden vond ze schriftjes waarin Thea haar verhaal deed, inclusief 81 brieven die Wolfgang aan haar schreef. "Dat begint in 1939 toen alles nog mooi was. Daarna zie je de oorlog binnenkomen."

Beide waren Joods en moesten vluchten. "Thea naar Friesland en Wolfgang uiteindelijk naar Amsterdam", vertelt Schwarz. "Thea houdt het onderduiken niet vol. Ze wordt depressief en mist Wolfgang. Ze wil hem zien en gaat naar Amsterdam. Daar ontmoeten ze elkaar, maar worden na zeven dagen verraden." Daar 'eindigt het verhaal'. "Wolfgang overleed in een werkkamp en Thea werd na aankomst in Auschwitz direct vermoord."

De brieven van Wolfgang zijn liefdevol, weet Schwarz. "Hij probeert haar moed in te spreken. Soms in verhullende taal. Maar eigenlijk zijn het liefdesbrieven. Het is ook een liefdesverhaal. Ze maken plannen om een gezin op te bouwen." Het laat volgens Schwarz zien hoe zinloos het allemaal is. "Wat doen mensen elkaar aan?"

'Individuen deden dit individuen aan'

In zijn museum wil Schrijver stilstaan bij het feit dat dit dingen zijn die individuen overkomen zijn. "Het zijn individuele mensen die dit is aangedaan door andere individuen. Het is niet 'het systeem' dat dit de groep aandeed. Dat was het natuurlijk ook. Maar ons gaat het om dat individuele. En als íets individueel is, dan is het wel zo'n brief. Die geeft je de gelegenheid om je te verhouden tot de mensen en de spanning waaronder zij zich bevonden. Tot aan de krankzinnige omstandigheden waarin zij probeerde hun menselijkheid te bewaren."

Het leert ons begrijpen wat er in de grotere context nodig is om tot zo'n grote volkorenmoord of genocide te komen, ziet Schrijver. "Daarin mag je nooit de menselijk dimensie uit het oog verliezen. Als er nu oorlog is in Oekraïne of andere grote groepen mensen worden uitgesloten, dan zijn we heel erg geneigd om dat te zien in aantallen. Maar zes miljoen joden, daar kun je je niet toe verhouden. Tegenover 102.000 joden vanuit Nederland ook al nauwelijks. Maar iemand die een brief schrijft aan zijn familieleden, daar kun je je toe verhouden. Want dat doen we zelf ook."

Vanuit dit soort documenten moet volgens de museumdirecteur een waarschuwing uitgaan dat dit niet meer mag gebeuren. "Al gebeuren vergelijkbare dingen helaas nog steeds." We moeten dan ook alles doen met wat we vanuit onze rechtsstaat hebben opgebouwd, om te voorkomen dat dit soort brieven weer door Nederlanders vanuit een onmogelijke situatie naar hun familieleden geschreven worden, betoogt Schrijver.

'Antisemitische inhoud in Tweede Kamer'

En daar maakt hij zich zorgen over. "Er is een situatie aan de gang waarin het oude Europese antisemitisme steeds meer bon ton begint te worden. Tot en met de Tweede Kamer aan toe, en ik noem daarbij gewoon Forum voor Democratie bij naam, wordt evident gewerkt met antisemitische inhoud en suggesties. Ik vind het van groot belang dat we dat beestje bij de naam noemen. Er bestaat sterk de neiging om uitingen van racisme, homofobie, islamofobie en antisemitisme te vergoelijken of even de andere kant op te kijken. Dat is precies wat er in de oorlog is gebeurd."

De oorlog was er niet om van te leren, beseft Schrijver. "Maar als je er nu iets van wilt leren en vragen wilt stellen, dan is dat de belangrijkste les: noem het bij de naam. Zeg het en blijf het tegenspreken." Het risico bestaat in de ogen van Schrijver dat er een glijdende schaal is waarbij een bepaald woordgebruik en antisemitisch gedachtegoed weer deel gaan uitmaken van de mainstream. "Dat vind ik heel kwalijk. Dat is fout, en we lopen het gevaar dat we het normaal gaan vinden."

Bennie verzamelde poststukken

Het idee voor de tentoonstelling ontstond toen Huffener in 2004 Bennie Vlaskamp tegenkwam op een herdenkingsreis naar Sobibor. Vlaskamp begon zijn verzameling met poststukken uit de oorlog toen hij in 1994 op een rommelmarkt in Warschau twee brieven uit concentratiekamp Dachau tegenkwam. "Die waren van een politiek gevangene. Die heb ik gekocht, maar bedacht me: daar moet nog veel meer van zijn." Met zijn zoektocht op beurzen en vlooienmarkten kwam Vlaskamp tot 'een behoorlijke verzameling'.

Een deel van zijn collectie nam Vlaskamp mee op de herdenkingsreis en liet dat aan Huffener zien. De rest is geschiedenis. De tentoonstelling is vrijdag voor het laatst te zien in het provinciehuis in Arnhem.