De vrachtwagenbrand in Doesburg. Foto Persbureau Heitink. Foto: Persbureau Heitink

De vrachtwagenbrand in Doesburg. Foto Persbureau Heitink. Foto: Persbureau Heitink

DOESBURG - De vier mannen die verdacht worden van betrokkenheid bij de brandstichting in een vrachtwagen in Doesburg, blijven tot aan de inhoudelijke behandeling in april in de cel. De verzoeken tot opheffing van de voorlopige hechtenis van twee verdachten werden door de rechtbank afgewezen. Dinsdagmiddag was er een laatste pro formazitting van de zaak.

Bij de brand op het terrein van een transportbedrijf aan de Leigraafseweg in Doesburg raakte een vrachtwagenchauffeur anderhalf jaar geleden zwaargewond. Hij lag in de cabine te slapen, omdat hij de volgende ochtend weer vroeg op pad moest. De chauffeur merkte niet dat twee mannen de wagen overgoten met benzine, vervolgens in brand staken en er vandoor gingen.

Zoontje nooit gezien

De chauffeur werd wakker door knallen. De man kon met moeite zelf uit de cabine komen, maar had al flinke brandwonden opgelopen. Hij heeft maandenlang moeten revalideren en het is nog niet zeker of hij ooit zijn werk als chauffeur kan oppakken.

De twee mannen die verdacht worden van het in brand steken van de vrachtwagen zouden dit voor geld hebben gedaan of om een schuld in te lossen. Ze zouden hiervoor zijn gevraagd door een derde verdachte, die door justitie wordt gezien als tussenpersoon. Tijdens een eerdere zitting - dinsdag waren ze niet in de rechtbank - beweerden ze dat ze niet wisten dat er iemand in de vrachtwagen lag te slapen.

De twee andere verdachten, een man van 52 jaar die door justitie wordt gezien als opdrachtgever en een man van 45 jaar 'de tussenpersoon' waren wel in de rechtbank aanwezig. Hun advocaten vroegen beiden om de hechtenis van hun cliënten op te heffen. De 45-jarige zit al tien maanden vast en heeft zijn zoontje -die in april geboren- is nog nooit kunnen zien.

In eerste instantie werd zijn verzoek om het kindje te kunnen zien meerdere malen afgewezen. Toen hij in november eindelijk zijn zoon zou mogen zien bij hem in de gevangenis, was er een corona-uitbraak en ging het bezoek op het laatste moment niet door. "Al kan ik maar een paar dagen bij mijn vrouw en kind zijn, om hem te zien en het met mijn vrouw allemaal op de rit te krijgen, zou al genoeg zijn voor nu", zegt de verdachte wanhopig tegen de drie rechters tegenover hem. "Dit is het enige wat ik u smeek."

Verdachte blijft ontkennen

De officier van justitie staat niet achter dit verzoek, ze ziet ernstige bezwaren. De 45-jarige verdachte zou voor een paar 'rotcenten' de brand in Doesburg hebben laten stichten. Bovendien heeft hij al een strafblad.

De man van 52 jaar die een transportbedrijf heeft in het westen van het land, is pas later opgepakt. Justitie ziet hem als de feitelijke opdrachtgever en brengt hem ook in verband met een eerdere brandstichting in een truck van het Doesburgse bedrijf - met nota bene dezelfde chauffeur - in Italië. Die brand werd toen snel geblust en de chauffeur raakte niet gewond.

Justitie gaat er vanuit dat concurrentie tussen de verschillende transporteurs de aanleiding is voor de brandstichting. De verdachte zit nu acht maanden vast en blijft alle betrokkenheid bij de zaak ontkennen. Ook zijn advocaat vroeg om opheffen van de voorlopige hechtenis.

Maar de officier van justitie vindt dat er wel degelijk bewijzen zijn dat de 52-jarige transporteur betrokken is bij de zaak. Ook heeft hij geen uitleg gegeven over wat hij destijds in Italië deed. Ze wil dan ook dat de verdachte vast blijft zitten.

De rechtbank heeft beide verzoeken na beraad afgewezen. De verdachten blijven nu vastzitten tot aan de behandeling van de zaak op 5 en 6 april.

Zie ook:

Deel dit artikel