De vrachtwagenbrand in Doesburg. Foto: Persbureau Heitink

De vrachtwagenbrand in Doesburg. Foto: Persbureau Heitink

DOESBURG - Een 'waar inferno' noemde justitie het, de brandstichting in een vrachtwagen bij een transportbedrijf in Doesburg. Vier mannen die verdacht worden van betrokkenheid bij de brandstichting krijgen vandaag of morgen te horen welke straf justitie tegen hen eist. Bij de brand in de zomer van 2020 raakte de chauffeur die in de wagen lag te slapen zwaargewond.

De afgelopen anderhalf jaar zijn er al meerdere pro-formazittingen van de zaak geweest, maar nu is eindelijk de inhoudelijke behandeling. De rechtszaak, die dient bij de rechtbank in Arnhem, is verdeeld over twee dagen.

Deze dinsdag staan de man die justitie ziet als opdrachtgever van de brandstichting en de man die wordt gezien als 'tussenpersoon' voor de rechter. De twee andere mannen, die verdacht worden van het daadwerkelijk in brand steken van de vrachtwagen, moeten woensdag voor de rechter verschijnen. Het slachtoffer is allebei de dagen bij de zaak aanwezig, laat zijn advocaat weten.

Overgoten met benzine

Het gebeurde allemaal in augustus 2020 op het terrein van een transportbedrijf aan de Leigraafseweg in Doesburg. De twee verdachten beweerden tijdens eerdere zittingen dat ze niet wisten dat de chauffeur in de cabine van de vrachtwagen lag te slapen. De mannen zouden de wagen overgoten hebben met benzine, dit vervolgens hebben aangestoken en ervandoor zijn gegaan.

De chauffeur werd wakker door knallen. Hij kon met moeite zelf uit de cabine komen en had al flinke brandwonden opgelopen. De man heeft maandenlang moeten revalideren en het is nog de vraag of hij uiteindelijk weer helemaal de oude wordt.

De twee mannen die verdacht worden van het in brand steken van de vrachtwagen zouden zich rot zijn geschrokken toen er iemand in de cabine bleek te liggen. "Ik ben geen moordenaar", zei een van de twee eerder op zitting.

Concurrentie

De twee zouden de wagen in brand hebben gestoken voor geld of om een schuld in te lossen. Ze zouden hiervoor zijn gevraagd door een derde verdachte, die door justitie wordt gezien als tussenpersoon. Hij zou hiervoor weer zijn benaderd door een man die in het westen van het land zelf een transportbedrijf heeft. Deze persoon wordt door justitie dan ook gezien als de feitelijke opdrachtgever.

Justitie gaat ervan uit dat concurrentie tussen de verschillende transporteurs de aanleiding is voor de brandstichting. De 'opdrachtgever' heeft tot nu toe ontkend ook maar iets met de zaak te maken te hebben.

Zie ook:

Deel dit artikel