De negenjarige Olga met haar moeder Lydiia. Foto: Omroep Gelderland

De negenjarige Olga met haar moeder Lydiia. Foto: Omroep Gelderland

ARNHEM - Op verschillende plekken in het land werden maandag scholen geopend voor kinderen van Oekraïense vluchtelingen, zo ook in Arnhem en Ederveen. Toch zijn er van de 6000 tot 7000 leerplichtige kinderen op dit moment officieel slechts enkele honderden die onderwijs volgen, vertelt minister Dennis Wiersma van Primair en Voortgezet Onderwijs bij de opening van de school aan de Arnhemse Groningensingel.

Via de registratie van de gemeenten probeert de minister in beeld te krijgen over hoeveel kinderen het nu precies gaat. "Dat lukt mondjesmaat. We hebben dat nog niet helemaal dekkend." Wiersma wil beter in beeld krijgen waar er nog meer behoefte is aan een tijdelijke onderwijsvoorziening als die in Arnhem.

Kijk hier naar de opening van de school:

En hoewel de minister ervan uitgaat dat er wel meer vluchtelingenkinderen uit Oekraïne onderwijs volgen dan wat hij in zijn officiële cijfers terugziet, moeten er sowieso nog een hoop kinderen aan onderwijs geholpen worden, weet hij. "Daar zijn we met man en macht mee bezig."

'Belangrijkste dat het veilig is'

De Oekraïense Lydiia vluchtte met haar twee kinderen uit Kiev. Een maand geleden kwamen zij in Nederland aan. Haar stad verlaten was heel moeilijk, vertelt Lydiia. Omdat te veel mensen tegelijk wilden vertrekken. Ze moest al haar spullen achterlaten, omdat het anders onmogelijk was om in de trein te komen. Lydiia vindt het prettig om nu in Arnhem te zijn. "Het allerbelangrijkste is dat het een veilige plek is."

Haar baby gaat nog niet naar school, maar haar negenjarige dochter Olga komt Lydiia vandaag naar het pand aan de Groningensingel brengen. De plek bevalt haar. Lydiia hoopt dat het onderwijs net zo goed zal zijn als in Kiev, waar haar dochter het hoogste onderwijsniveau volgde.

Olga zelf vindt haar nieuwe school 'leuk en mooi'. Ook het samenzijn met andere kinderen, vindt ze fijn. Ze kijkt er erg naar uit om de komende maanden onderwijs te volgen in het pand dat daar in elk geval tot de zomer voor open zal zijn.

'Hadden drie weken geleden nog niets'

Locatieleider Bianca Koster vindt het 'ongelooflijk' dat het is gelukt om vandaag deze plek te openen. "Als je bedenkt dat we drie weken geleden nog helemaal niets hadden." Allereerst moest er een gebouw zijn, legt Koster uit. "Ook het personeel vinden, is in tijden van tekorten best lastig." Toch vond zij alle aanmeldingen waaruit ze mensen aan heeft kunnen nemen 'hartverwarmend'. "Er zijn mensen die er extra voor willen komen werken, gepensioneerden of mensen die even tussen twee banen in zaten."

Voor de 130 leerlingen die op dit moment in de stad en regio in beeld zijn, is volgens haar nu voldoende plek. Dat aantal kan zelfs nog een beetje groeien. De grootste uitdaging is op dit moment om lesmateriaal in de juiste taal te krijgen, ziet Koster. "Maar dat gaat ook wel lukken", is zij overtuigd.

Een school hoort bij het veilige onderdak dat we vluchtelingenkinderen hier willen bieden, stelt minister Wiersma. "Het is belangrijk om dat te organiseren, maar niet makkelijk." In sommige gevallen zal dat langer duren, weet hij. Bijvoorbeeld omdat het lastig is de juiste mensen te vinden. "Op die plekken gaan we helpen om het beter te laten lopen." De minister ziet veel creativiteit en wil om zich heen om dat te laten slagen.

'Minste wat we kunnen doen'

Wiersma zag in Arnhem maandag veel Oekraïense moeders met hun kinderen. "Vaak zitten de vaders nog ergens anders. Ga er maar aan staan, als je vader in een ander land zit en je niet weet hoe het met hem gaat of met hem afloopt." Met een school iets van hun thuisomgeving terugbrengen, is 'het minste wat we kunnen doen', meent Wiersma.

Burgemeester Ahmed Marcouch is blij dat de Oekraïense kinderen in zijn stad nu naar school kunnen. De burgervader ziet dat zij graag direct hard aan de slag willen en de Nederlandse taal leren. "We hopen dat ook de ouders op korte termijn les kunnen volgen." Uiteindelijk willen deze mensen 'het liefst zo snel mogelijk naar huis', weet Marcouch. "Maar hoe lang dat duurt, weten we niet."

Op dit moment is voor hen vooral voorzien in noodopvang, ziet Marcouch. "De uitdaging wordt wat we daarna gaan doen. We dragen als regio nu substantieel bij. Maar als er weer nieuwe mensen komen, moet elke gemeente zich de vraag stellen: wat kan ik bijdragen?"

Deel dit artikel