Redwan kwam in 2015 voor de oorlog uit Syrië gevlucht en woont nu in een sociale huurwoning in Asperen (archief). Foto: Omroep Gelderland

Redwan kwam in 2015 voor de oorlog uit Syrië gevlucht en woont nu in een sociale huurwoning in Asperen (archief). Foto: Omroep Gelderland

ARNHEM - Asielzoekers. Ze komen hier het land binnen en hebben eerder een huis dan mensen die lange tijd op een wachtlijst staan voor een huurwoning. Het is een sentiment dat gauw om de hoek komt kijken als het om huisvesting van statushouders gaat, maar zit er een kern van waarheid in?

Daarvoor moeten we eerst even terug naar de basis. Als mensen in Nederland asiel aanvragen, hebben ze niet direct recht op een woning. Dat gebeurt pas als ze een status hebben. Als door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is geoordeeld dat ze een verblijfsvergunning krijgen, zijn ze statushouder. Gemeentes zijn vervolgens verantwoordelijk voor de huisvesting van statushouders, waarbij ze jaarlijks een opdracht krijgen van het Rijk.

'Mensen kijken met negatieve houding'

Het gaat dus om statushouders en dus niet om iedereen die in Nederland asiel aanvraagt. Maar hoeveel woningen zijn er dan gereserveerd voor mensen met zo'n status? In 2020 ging dat om 4,3 procent van het totale aantal sociale huurwoningen. In totaal waren dat 7000 huizen. Om de doorstroom van statushouders, die nu veelal nog noodgedwongen in asielzoekerscentra zitten, te bevorderen, wil minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting dat gemeenten zeker 12,5 procent van hun sociale woningvoorraad reserveren voor deze groep. Maar in de praktijk lijken maar weinig gemeentes daaraan te komen.

In aantallen valt het dus enorm mee en is het zeker niet zo dat ze, om met het onderbuikgevoel te verwoorden, 'onze' huizen inpikken. Veel te kort door de bocht, vindt Universitair hoofddocent Sociologie aan de Radboud Universiteit, Niels Spierings. "Het klopt dat wanneer een woning wordt toegewezen aan statushouders, dat er dan niet iemand anders in diezelfde woning kan wonen die op de wachtlijst voor sociale huur staat. Maar de context is natuurlijk wel dat die sociale huur de afgelopen decennia deels geliberaliseerd (de verkoop van sociale huurwoningen) is. Er zijn daarnaast mensen met een algemeen negatieve houding rond migratie en vanuit die blik oordelen ze dan.”

Lang niet alleen statushouder krijgt voorrang

Hoogleraar Woningmarkt Peter Boelhouwer plaatst het verder in perspectief. "De aantallen zijn bescheiden. In de meeste gemeentes gaat om zo'n 7 à 8 procent van de huizen die aan die groep worden toegewezen." Daarmee wordt het sentiment behoorlijk onderuit geveegd, maar dat neemt niet weg dat hij het gevoel van mensen die al jaren wachten op een woning wel kan begrijpen. "Er is namelijk een ander, veel groter probleem aan het ontstaan. Het zijn niet alleen statushouders die voorrang krijgen, maar het zijn ook mensen uit instellingen, mensen die een nieuwe woning nodig hebben omdat hun huis vanwege stadsvernieuwing gesloopt wordt. Er is een behoorlijke groep aan het ontstaan waardoor per gemeente gemiddeld zo rond de 20 à 30 procent niet naar reguliere woningzoekenden gaat. Maar daarvan is zeker niet de grootste groep statushouder."

Zie ook:

Deel dit artikel